Veilig in het verkeer
Verkeerslessen voor groep 1 t/m 8

Verkeer groep 1-2 · Les 2 · Zie je mij?

VERKEER · GROEP 1-2 · LES 2

Zie je mij?

Goed te zien in het donker en op de fiets

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerkeerBasisschoolISKGroep 1-4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Kleuters ontdekken hoe ze zelf zorgen dat anderen hen goed zien in het verkeer: in het donker met een hesje dat glimt in het licht en een lampje, en op de fiets met een helm en een oranje vlaggetje dat boven de auto's uitsteekt. Met kleurvlakken in het lokaal, praatplaten, sleepvragen, werkbladen, ervaren aan de hand van doe-opdrachten en een brief voor de ouders waarin beschreven staat wat besproken is deze les. Dit is de tweede les van de methode Veilig in het verkeer. De serie sluit aan bij SLO kerndoel 35 en het VVN-thema Zichtbaarheid.

Instructies

Voorbereiding (10 minuten)
  • Gebruik dezelfde vier kleurplekken als in les 1 en hang de hoekkaarten "slide 3" uit het werkblad Zie je mij op.
  • Print het telblad en het knipblad, één per kind.
  • Leg een zaklamp en een paar hesjes klaar. Als je ze hebt, ook een fietshelm en een fietsvlaggetje.
Duur
Ongeveer 30 minuten, plus 10 minuten voor de zaklampproef.

Opbouw
  • Je opent met de voorspelvraag Wie zie je het best?. De kinderen gaan bij een kleur staan. Vertel nog niet wat goed is.
Navigateren:
  • De pijltjestoets naar rechts is jouw navigatie in deze les. Deze activeert gifjes, laat tekst verschijnen en gaat door naar de volgende slide. Doorloop de les een keer in de Geef les-modus om te ervaren waar de activatie-momenten zitten.
  • Klikken en tikken: 
    - 
    Slide 4: Tik op de gele lamp bij de auto: de koplampen gaan aan en weer uit.
    - Slide 7: Tik op het vraagteken op de zoekplaat: de auto's worden doorzichtig en je ziet de drie kinderen.
    - Slide 12: De kaartjes over het hesje, het lampje en de fiets verschijnen met een klik.
Doe-opdracht
Maak het lokaal donker. Eén kind is de auto en schijnt met de zaklamp. Wie zie je het eerst: het kind met het hesje of het kind met de donkere jas? Wissel de rollen.

Afsluiten
  • Bij de exit ticket kiest elk kind een voornemen door bij een kleur te gaan staan: hesje, vlaggetje, lampje of helm. Gebruik daarvoor de hoekkaarten "slide 12".
  • Geef het knipblad Maak de fiets veilig mee naar huis, met de korte uitleg voor ouders.
Docentnotities
Bij elke slide staan het goede antwoord, de fout die kinderen vaak maken en een vraag om door te praten.

Werkbladen

Onderdelen in deze les

VERKEER · GROEP 1-2 · LES 2

Zie je mij?

Goed te zien in het donker en op de fiets

Les 2 van de methode Veilig in het verkeer. In les 1 ging het over veilig lopen en oversteken. Nu gaat het over wat een kind zelf kan doen om goed gezien te worden: in het donker (licht en een hesje) en op de fiets (helm en oranje vlaggetje).

Dit ga je leren

Ik kan uitleggen hoe ik zorg dat anderen mij goed zien.

Deze slide heeft geen instructies

Het is donker. Wie zie je het best?

Donkere jas

Hesje

Lampje

Weet ik niet

Voorspellen
Hang in de hoeken van het lokaal de kaarten van het werkblad 'Zie je mij' uit de bijlage.

Wijs de plaatjes aan: rood is een kind in een donkere jas, geel een kind met een hesje, groen een kind met een lampje, blauw is "weet ik niet".

Centrale vraag: Wie zie je het best in het donker?
De kinderen gaan staan bij de kleur van hun antwoord

Vraag bij elke plek: waarom kies jij dit?

Nog niet zeggen wat goed is: op de volgende slide zien ze het zelf.

(Het lampje zie je altijd, het hesje zie je zodra er licht op schijnt, de donkere jas zie je bijna niet.)

Wie zie je in het donker?

Eerst zonder licht: wie zie je? Bijna niemand - alleen het kind met het lampje. Het lampje geeft zelf licht, dat zie je altijd.

Tik dan op de gele lamp bij de auto: de koplampen gaan aan. Nu glimmen de strepen van het hesje fel op. Dat heet reflectie: het licht van de auto kaatst terug. Het kind in de donkere jas zie je nog steeds bijna niet. Tik nog een keer op de lamp, dan gaan de lampen weer uit.

Terug naar de voorspelling: wie stond bij geel of groen? Die hadden het goed.

Misvatting: "Ik zie de auto, dus de auto ziet mij ook." Dat is niet zo - de lampen van de auto zie je goed, maar een kind in een donkere jas ziet de bestuurder bijna niet.

Zo zien ze jou in het donker

Voorbereiding:
Zorg voor reflecterende kleding of items en een zaklantaarn.


Per klik verschijnt een afbeelding met uitleg.

Vraag: Wie heeft er reflectiestrepen op zijn jas, tas of strepen? Heb je ze wel eens gezien op straat?


Ervaren
Doe het licht uit en schijn met een zaklamp op een hesje of op reflecterende onderdelen op een tas. Laat de leerlingen eventueel hun eigen tas beschijnen. Hebben zij reflectie op hun tas, jas of schoenen?

Op de fiets

Een helm op je hoofd

Een oranje vlaggetje op je fiets

Wie fietst er al zelf, of op een fietsje met zijwieltjes?

Kijk naar het kind op de fiets: wat heeft het allemaal? Klik twee keer.

Deze fietser draagt een helm. Als je net fietst kan je nog wel eens vallen. Het dragen van een helm is veilig, Het beschermt je hoofd! Let op: een pet is geen helm!

De fietser heeft ook een vlaggetje op haar fiets. Haar fiets is nog klein en ze is lager dan een auto. Zonder vlaggetje zie je haar niet fietsen. Maar met het vlaggetje zie je haar wel! Ook achter een geparkeerde auto. Op de volgende slide zie je waarom.

Vraag: wie heeft er een vlaggetje op de fiets? Welke kleur heeft jouw helm?

Hoeveel kinderen zie je?

Zoekplaat

Laat de kinderen eerst goed kijken. Hoeveel kinderen zie je? Laat ze het met hun vingers opsteken. De meesten zien er geen of één: boven de middelste auto steekt een oranje vlaggetje uit. Van wie zou dat zijn?

Tik op het gele vraagteken: de auto's worden doorzichtig. Er zijn drie kinderen! Links een kind op de fiets zonder vlaggetje, in het midden het kind met het vlaggetje, rechts een kind dat over de stoep loopt. Tel samen: één, twee, drie. Tik nog een keer, dan zijn ze weer verstopt.

De kinderen zijn kleiner dan de auto's. De bestuurder van de auto linksonder ziet ze dus niet - alleen het vlaggetje. Daarom is een vlaggetje op je fiets slim. En wie loopt: stap nooit zomaar tussen geparkeerde auto's vandaan (dat kennen ze uit les 1).


Ervaren
Laat drie kinderen hurken achter een tafel en geef er één een vlaggetje (of een liniaal met een papiertje). Hoeveel kinderen zie je?

STOP

Even checken!

Weet jij hoe je goed te zien bent?

Deze slide heeft geen instructies

Goed te zien in het donker? Sleep het plaatje.



Sleepvraag

- Het gele vak met het vinkje is "goed te zien": een hesje, een fietslampje, een lampje op je jas en reflectoren op je band.

- Het donkere vak met het kruis is "slecht te zien": een donkere jas, zonder licht of reflectoren.


Laat kinderen om de beurt een plaatje slepen en vertellen waarom.

Klaar om te fietsen? Sleep alles naar de goede plek.






Sleepvraag

Op het digibord

Het jongetje wil gaan fietsen. Laat de leerlingen om de beurt een plaatje naar de goede plek slepen en vertellen waarom.

Op de fiets: het witte lampje voorop (bij het stuur), het rode lampje achterop, en het vlaggetje achterop, hoog boven de fiets. Bij het jongetje: de helm op zijn hoofd en het hesje om.

De pet hoort nergens bij: een pet is geen helm, die beschermt je hoofd niet als je valt.


Op papier
Deel het knipblad "Maak de fiets veilig" uit. Laat de leerlingen de juiste onderdelen op de goede plek plakken. Of geef het werkblad mee naar huis om nog eens extra te oefenen thuis.

Doe-opdracht - zie je mij?

Licht uit. Zaklamp aan. Wie zie je het eerst?

Ervaren:
Maak het speellokaal (of de klas) zo donker mogelijk. Een paar kinderen doen een hesje aan, de anderen houden hun donkere jas aan. Ze gaan aan de andere kant van het lokaal staan.

Eén kind is de "auto" en schijnt met de zaklamp. Wie zie je het eerst? Laat ook glimmers op jassen en tassen zien. Wissel van rol, zodat iedereen een keer "auto" is.

Heb je een fietsvlaggetje? Laat een kind hurken achter een tafel met het vlaggetje omhoog: de "auto" ziet het vlaggetje wel.

Wat doe jij om goed te zien te zijn?

Hesje aan

Vlaggetje

Lampje

Helm op

Evalueren
De kinderen gaan bij de kleur van hun voornemen staan, op de vier gekleurde plekken in het lokaal, met de hoekkaarten "slide 12" uit het werkblad. Geel is een hesje aan, blauw is een vlaggetje op de fiets, groen is een lampje, rood is een helm op.

Geen goed of fout: elk kind kiest wat het zelf gaat doen. Vraag een paar kinderen waarom ze dat kiezen. Geef een briefje mee naar huis: vandaag leerden we hoe je goed te zien bent in het donker en op de fiets.

Verkeerswoorden

het hesje - een fel jasje met strepen die glimmen

glimmen (reflectie) - als er licht op schijnt, kaatst het terug

het lampje - geeft zelf licht

de koplamp - de lamp voorop de auto

de helm - beschermt je hoofd

het vlaggetje - steekt hoog boven je fiets uit

Deze slide heeft geen instructies

VERKEER · GROEP 1-2

Goed gedaan!

De verkeerslessen van groep 1-2

L E S 1

Veilig oversteken

L E S 2 · D E Z E L E S

Zie je mij?

Meer verkeerslessen voor groep 1 tot en met 8?

Kijk op de kanaalstart van Veilig in het verkeer.

Dit was les 2: Zie je mij?

Klik op de link voor les 1: Veilig oversteken in deze serie.